Minimum en nominale stock

Navigation:  »No topics above this level«

Minimum en nominale stock

Return to chapter overview

Het registreren van de minimum en nominale stock in DBFACTw heeft als doel voor een bepaald artikel de gewenste voorraad te registreren.

 

Voor een uitgebreide uitleg over 'minimum' en 'nominale' stock, zie daarvoor bij definities stockbeheer.

 

Hoe bepalen we optimaal de minimum voorraad?

 

De minimum voorraad is die voorraad die dient om de verkoop van het artikel tijdens de leveringsperiode van de leverancier te overbruggen.  Eventueel wordt dit verhoogd met een buffer, om eventuele uitzonderlijke bestellingen gedurende deze periode te compenseren.

 

Een voorbeeld:

Stel dat een leverancier gemiddeld één week nodig heeft om te leveren, dan volstaat het de minimum stock te plaatsen op één vierde van de gemiddelde verkoop van één maand, eventueel verhoogd met een kleine buffer.  Via de werklijst Artikel minimum / nominale voorraad werklijst, kan men deze waarden zelfs automatisch laten voorstellen.

 

De minimum voorraad is daarom hoofdzakelijk afhankelijk van de leveringstermijn van de leverancier. Andere criteria zijn hier nooit van doorslaggevend belang.

 

Hoe bepalen we de optimale nominale voorraad?

 

De optimalisering van de nominale voorraad is minder eenduidig.  Waar de minimum voorraad nagenoeg uitsluitend afhangt van de verkoop tijdens de leveringstermijn van de leverancier, geldt dat de nominale voorraad van andere factoren afhangt:

 

Frequentie van bestelling

Plaats beschikbaar voor het plaatsen in voorraad

Voorraadwaardering (waardevermindering van voorraad)

 

Deze drie punten hangen onlosmakelijk aan mekaar vast.   Zo zullen artikelen die in waarde weinig schommelen, waar veel plaats voor beschikbaar is, en waarvan de kostprijs voor de bestelling per bestelling vrij groot is, beter in grote hoeveelheden besteld worden (bovendien kan het gebeuren dat we dan zeker nog een betere prijs bedingen).

Daarnaast zijn artikelen die helemaal niét veel verkocht worden, liever zelfs niét in voorraad worden genomen.

Daartussen bestaan de normale artikelen, waarvan we een gemiddelde, bv. maand-voorraad willen aanleggen, zodat ongeveer 10 keer per jaar deze artikelen worden besteld.

 

Protip

Gebruik de status van een artikel om de nominale voorraad in te geven.  Zo kunnen we bij 'courante' artikelen (met artikelstatus = "C", meestal groen gekleurd in de lijst) grote minimum en nominale waarden voorzien, bij bestelartikelen (met artikel status = "B", "bestelartikel), zetten we de minimum en nominale waarde op nul.

De 'normale' artikelen beschikken als vuistregel over

een minimum voorraad van één week, afgerond naar boven (afhankelijk van de verwachte leveringstermijn, in dit geval één week dus)

een nominale voorraad die gemiddeld één maand overbrugt (afgerond naar boven, als kleine extra buffer)

 

Bij een eindereeks-artikel ("E" of "End of Life") kan ingesteld worden dat de minimum en nominale voorraadwaarden automatisch op nul worden gezet. Immers, we willen niet dat dit artikel nog voorgesteld wordt om bij te bestellen, niet in het minst, omdat het ook niet meer mogelijk is om de voorraad aan te vullen met dit artikel.

 

 

Klungelalarm

Plaats nooit de minimum en nominale voorraad gelijk. Immers, dit betekent dat bij het minste dat een stuk verkocht is (uit voorraad gaat), DBFACTw zal voorstellen om dit toe te voegen.

Immers, het is van groot belang om bestellingen te groeperen.

De enige uitzondering is vanzelfsprekend de 'eenheid', dwz. een artikel waar men telkens slechts één van in voorraad wilt.

 

 

Het registreren van de minimum en nominale voorraad kan volledig manueel (per artikel), maar kan ook via de werklijst. In deze werklijst worden dan voorstellen utigewerkt om de minimum en nominale voorraad automatisch voor te stellen. Daarbij gaan we er van uit dat we uitsluitend de frequentie van bestelling kennen.

 

In het geen volgt, wordt dit meer in detail besproken.