Best Practice Inventaris Procedure

Navigation:  Uitbreiding stockbeheer > Inventarisprocedure >

Best Practice Inventaris Procedure

Previous pageReturn to chapter overviewNext page

Werking via menu 5.5.5

 

Stap 1   : selectie op Gescand/Geteld JA

 

GEEN Verschil

Deze mogen op afgewerkt worden gezet.

 

Stap 2        : Selectie op Gescand/Geteld JA

 
Er is verschil – maar er zijn geen mutaties gebeurd

Deze mogen afgesloten worden met correctie huidig of startsituatie.

 

Stap 3   : Selectie op Gescand/Geteld JA

 
huidige stock niet veranderd sinds start van inventarisprocedure

Afsluiten met correctie huidige stock

 

Stap 4   : Selectie op Gescand/Geteld JA

 
Er is verschil – maar er zijn mutaties gebeurd

Deze mogen afgesloten worden met “afsluiten correctie huidig situatie” indien er wijzigingen zijn gebeurd VOOR de telling.
Voorbeeld: 10 op stock en voor de telling zijn er nog 2 verkocht.

Deze mogen afgesloten worden met “afsluiten correctie startsituatie” indien er wijzigingen zijn gebeurd NA de telling.

Indien er Artikelen zijn die zowel voor als na de telling zijn veranderd door receptie/bonnen
deze moeten “afsluiten correctie met correctie datum.”