Barcodes

Navigation:  Starten met DBFACTw >

Barcodes

Previous pageReturn to chapter overviewNext page

Iets meer informatie over barcodes ?

 

Barcoding, ofwel het coderen met streepjes, is nog altijd de meest toegepaste methode van automatische produktidentificatie. De alom bekende streepjescode wordt onder meer gebruikt in vele handelstoepassingen, in de industrie, in de gezondheidszorg, in het onderwijs, in bibliotheken en zelfs op menukaarten in restaurants.

 

 

De voordelen

 

Barcoding heeft een groot aantal voordelen. De belangrijkste is ongetwijfeld een hoge snelheid en een grote nauwkeurigheid van gegevensinvoer. Verdere voordelen zijn:

Eliminatie van fouten bij de gegevensinvoer;
Aanzienlijke tijd- en kostenbesparing en dus korte terugverdientijd; en
Verhoging van de efficiency door optimaal gebruik van bronnen.

 

 

Opbouw en structuur

 

De barcode is een symbool met een patroon van zwarte streepjes en witte tussenruimtes, waarin informatie in gecodeerde vorm is opgeslagen. In principe bevat elke barcode individuele karakters. Ieder karakter wordt weergegeven met een unieke volgorde van smalle en brede streepjes. De breedte van de streepjes en de tussenruimtes varieert afhankelijk van de karakters die zijn opgeslagen. De meeste barcodes bevatten een vast start- en stop-karakter. Daardoor kan ook bi-directioneel worden gelezen, aangezien de decoder daaruit de juiste leesvolgorde haalt. Door in de barcode gebruik te maken van controlekarakters, de zgn. check digits, kan worden gecontroleerd of er geen vervormingen zijn opgetreden met als gevolg geen of een foutieve identificatie. De gegevens die in de barcode zijn opgesloten hebben in het algemeen een koppeling met informatie die reeds in een computer is opgeslagen, zoals produktbeschrijving en prijs. Het lezen en invoeren van de barcode is dus vaak al voldoende de resterende gegevens te genereren.

 

 

Soorten barcodes

 

In de loop van de jaren zijn vele verschillende barcodes ontwikkeld, ieder veelal met een eigen toepassingsgebied. Op industrieel gebied worden echter slechts enkele gestandaardiseerde barcodes algemeen toegepast waaronder:

Interleaved 2 of 5
Code 39
Code 128
Tweedimensionale barcodes

 

 

Naast deze industriële barcodes wordt in de detailhandel de numerieke EAN13-code toegepast. Deze barcode heeft een vaste lengte van 13 karakters, aangevend het land van oorsprong, de fabrikant, het specifieke produktnummer en een controlekarakter. Voor logistieke toepassingen is er verder de EAN128-code die meer productinformatie (houdbaarheidsdatum, batch-nummer, verzendcode e.d.) kan bevatten. Interleaved 2 of 5 is een eenvoudige numerieke barcode met een 'start' en een 'stop' karakter en altijd een even aantal karakters. Deze code wordt veel gebruikt in de zware industrie. Code 39 is naast Interleaved 2 of 5 de meest toegepaste industriële barcode. Code 39 is echter een alphanumerieke code met een variabele lengte. Bovendien biedt deze code de mogelijkheid alle 128 ASCII-codes weer te geven. Er kunnen dus ook speciale toetsenbordfuncties worden ingelezen. Ook Code 128 is alphanumeriek en vergelijkbaar met Code 39, maar heeft een hogere densiteit. Wanneer echter een zeer hoge gegevensdensiteit op een zo minimaal mogelijke oppervlakte vereist is, biedt de tweedimensionale (of gestapelde) barcode een perfecte oplossing. Het voordeel van deze 'gestapelde' barcode is dat er geen significante wijziging van de technologie ontstaat. Zowel het printen als het lezen gebeurt in principe op dezelfde manier. De meest bekende van dit type code zijn wel Code 49, Code 16K, Codablock.

 

 

De barcodelezer

 

De barcodelezer dient ter vervanging van het conventionele toetsenbord en is als het ware het oog van het barcode-systeem. In dit opzicht is de barcodelezer een onmisbaar hulpmiddel om gegevens in te voeren in de computer. Het leesproces bestaat eigenlijk uit drie deelprocessen: lezen, decoderen en communiceren. De lees- en de decodeermodule zijn vaak in één behuizing ondergebracht. De werking is als volgt: Een inwendige lichtbron zendt licht uit; het gereflecteerde licht valt op een eveneens ingebouwde fotocel die de lichtsignalen omzet in digitale signalen. Als lichtbron wordt zowel licht uit het zichtbare spectrum gebruikt als infrarood- of laserlicht. De leesafstand hangt af van het type lezer en varieert van contactscanning (leespen) tot meer dan 1 meter (scanner).

Barcodeleesapparatuur kan worden verdeeld in twee categorieën: Handbediende apparatuur (bijv. leespennen, handscanners) en vaste apparatuur (bijv. kassascanners). Vaste apparatuur vinden we vooral in geautomatiseerde transporteurinstallaties en sorteermachines. Bij barcodeleesapparatuur maken we in technisch opzicht een onderscheid tussen barcodelezers en barcodescanners. Het verschil zit in de werking. Een barcodelezer is passief en moet (met de hand) langs het barcodesymbool worden bewogen; een barcodescanner is actief en maakt zelf de leesbeweging. De leespen is een eenvoudige passieve contact-barcodelezer die langs/op het barcodesymbool wordt bewogen. De leespen werkt met een smalle infrarood-lichtstraal die van een LED via een saffier naar de barcode wordt gestraald. Per beweging is slechts één decodering mogelijk.

 

 

Barcodeprinters

 

De drukkwaliteit van barcodes vraagt in verband met de nauwkeurigheid van de informatieverwerking. Barcodes kunnen ter plaatse worden geprint en vooraf elders. In het eerste geval wordt gebruik van dot matrix impact printers, inkjet-printers, laserprinters of thermische/thermal-transfer printers.

 

Dot matrix-printers hebben een printkop met elektromagnetisch gestuurde naalden of hamertjes die via inktlint punten (dots) op het papier drukken. De positie van de dots bepaalt het barcode-drukbeeld. Matrix-printers hebben een grote flexibiliteit voor wat betreft symboolafmeting en zijn geschikt voor barcodes met gemiddelde tot lage densiteit. Deze printers worden niet meer ondersteund door DBFACT.

 

Inkjet-printers schieten elektrostatisch geladen inktdruppels volgens een bepaald matrix-patroon op het papier. In hoogterichting worden de druppels inkt gestuurd door ze langs een afbuigplaat te leiden. Moderne inkjet-technieken werken met een laagviscose inktsoort die zeer snel droogt. Hierdoor ontstaat een scherp drukbeeld en een goede kwaliteit van de barcode.

 

Thermische printers werken met verhitte pennen die selectief tegen speciaal gecoat, thermisch papier worden gedrukt. De pennen branden als het ware het vereiste drukbeeld in het papier, waarbij de coating verbrand. Bij het thermal-transfer procédé worden de verhitte pennen tegen een inktlint gedrukt, zodat de inkt ter plaatse loslaat en een drukbeeld op het papier achterlaat. Laser-printers zijn gebaseerd op de elektrostatische ofwel xerografische techniek. Microprocessoren sturen het proces hetgeen resulteert in een zeer goed drukbeeld.

 

Laser-printers zijn geschikt voor barcodes met een zeer hoge densiteit. Bij het vooraf elders drukken van barcodes, bijv. in een (eigen) drukkerij worden ook vaak duurdere, hoogkwalitatieve druktechnieken als flexo, offset, elektrostatische printers en fotocompositie toegepast.

 

 

Licht en Donker

 

In technisch opzicht is de werking van de barcode-techniek vrij eenvoudig. De zwarte (of donkere) streepjes absorberen het licht; de witte (lichte) ruimtes ertussen reflecteren het licht. Er ontstaat door het streepjespatroon een onregelmatige reflectie van het licht die voor elk symbool specifiek is. Een fotocel registreert de lichtreflectie en geeft deze in digitale vorm door naar de computer. Daar herkent en interpreteert een decoder de specifieke opbouw en structuur van het barcode-symbool en zet deze om in voor de computer leesbare gegevens.